Baklava

Ingrediënten (voor een bakblik vol)

    • 1 rol diepvries filodeeg van 450 gram
    • 500 g gepelde noten (het liefst pistache of walnoten)
    • 120 g kristalsuiker
    • geraspte schil van 1 biocitroen
    • circa 200 g roomboter, gesmolten
    • siroop van:
      • 250 g honing
      • 200 g lichte basterdsuiker
      • 2 theelepels kaneel
      • 2 eetlepels citroensap
      • 300 ml water

Materialen

Pan met dikke bodem, machine om de noten te malen, bakplaat, oven, kwastje, bakpapier, schaar, scherp mes, houten pollepel.

Bereidingsduur

Circa 50 minuten plus 45 – 60 minuten baktijd

Recept

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius onder-bovenwarmte. Spreid de gepelde noten uit op een bakplaat en rooster ze gedurende 10 à 15 minuten in de oven. Ze zijn goed als ze gaan geuren. Houd het in de gaten, want als ze aanbranden zijn ze onbruikbaar! Maal de noten vervolgens tot niet helemaal fijn in een keukenmachine of iets dergelijks. Houd 4 eetlepels gemalen noten apart. Vermeng de rest met de kristalsuiker en de geraspte citroenschil. Smelt de boter op laag vuur in een pannetje.

Haal het filodeeg uit de verpakking. Gebruik hiervoor vellen opgerold filodeeg. Veel supermarkten verkopen vierkante plakjes filodeeg. Die zijn ongeschikt om dit recept mee te maken!

Leg het pakketje deeg op een schone theedoek en dek het daarmee ook steeds af (filodeeg droogt snel uit en is dan onhandelbaar). Bekleed een ovenbakblik met een iets groter vel bakpapier (laat het een beetje uitsteken, dan kan de baklava straks eventueel in zijn geheel van het bakblik worden getild).

Maak het bovenste vel filodeeg los van het pakket en leg het op het bakpapier. Dek de rest van het deeg weer af met de theedoek. Knip het deeg zonodig bij met een schaar tot de grootte van het bakblik. Smeer dit vel deeg voorzichtig in met een kwastje dat je telkens in de gesmolten boter doopt. Herhaal dit twee keer. Strooi daarna de helft van het notenmengsel gelijkmatig over het deeg uit. Leg hier bovenop weer drie laagjes filo, telkens ingesmeerd met boter. Spreid er dan de rest van het notenmengsel over uit en dek af met nog eens drie laagjes filo, weer telkens met boter ingesmeerd. Smeer ook de bovenste laag in met boter. Dit telkens insmeren met boter is belangrijk, omdat alleen op die manier het deeg gaat ‘bladeren’. Snijd nu met een scherp mes de koek voorzichtig in vierkantjes of ruiten van eenhapsformaat. Doe dit oppervlakkig. Het gaat alleen om het patroon. Het echte snijden gebeurt na het bakken. Bak nu mooi goudbruin in 45 tot 60 minuten. Check tussendoor. Haal de baklava er eerder uit, als hij te bruin dreigt te worden. Maak ondertussen de siroop door de basterdsuiker gedurende 20 minuten in 300 ml water op niet al te hoog vuur op te lossen. Roer na 20 minuten met een  houten lepel om te checken of alle suiker is opgelost. Vermeng van het vuur af met de honing, citroensap en gemalen kaneel. Schenk de siroop over de nog warme koek. Gebruik alle siroop. Bestrooi daarna met de achtergehouden gemalen noten. Laat afkoelen en liefst 24 uur intrekken. Snijd daarna in hapklare stukken. Baklava blijft zeker enkele dagen goed en lekker.